onderzoek

Grote Amerikaanse studie naar autisme en genderdysforie krijgt kritisch wetenschappelijk weerwoord

Een nieuwe Amerikaanse studie onder ruim 750.000 jongeren bevestigt opnieuw de link tussen autisme en genderdysforie, en koppelt de combinatie aan meer depressie, angst en suïcidaliteit. Een begeleidend vakcommentaar waarschuwt echter dat de cijfers minder hard zijn dan de krantenkoppen suggereren.

Sanders, Saade & Mortillaro; commentaar: Thomas & Cooper
·
Gepubliceerd 4 oktober 2026
Illustratie bij: Grote Amerikaanse studie naar autisme en genderdysforie krijgt kritisch wetenschappelijk weerwoord

Een nieuwe Amerikaanse studie, gepubliceerd in het vakblad Child and Adolescent Mental Health, onderzocht de elektronische patiëntendossiers van meer dan 750.000 jongeren binnen een groot, civiel zorgsysteem — dus niet beperkt tot academische centra of militaire zorgsystemen, waar eerder onderzoek vooral vandaan kwam. Onderzoekers Mark Sanders, Ziad Saade en Gino Mortillaro bevestigen daarin de al langer bekende samenhang tussen autismespectrumstoornis (ASS) en genderdysforie: jongeren met een ASS-diagnose kregen vaker ook een diagnose genderdysforie dan jongeren zonder ASS. Bij wie beide diagnoses had, kwamen depressie, angst en suïcidaliteit bovendien vaker voor.

Wat de studie claimt

Het sterke punt van deze studie is de schaal: waar eerdere onderzoeken — zoals de Zweedse SKDS-studie — vaak uit specifieke klinische of academische settings kwamen, put Sanders en collega's uit een brede, alledaagse zorgpopulatie. Dat maakt de bevinding dat ASS en genderdysforie vaker samen voorkomen moeilijker weg te zetten als een artefact van één bepaald type kliniek. De auteurs trekken daaruit de conclusie dat de combinatie van beide diagnoses een verhoogd risico vormt voor de geestelijke gezondheid van deze jongeren.

De kritiek: Thomas en Cooper over wat de cijfers niet laten zien

Diezelfde editie van het tijdschrift bevat een kritisch commentaar van onderzoekers Kai Thomas en Kate Cooper, dat direct op de studie van Sanders e.a. reageert. Hun kernpunt: data uit elektronische patiëntendossiers meten niet wat er werkelijk aan de hand is, maar wat er is vastgelegd — en dat zijn twee verschillende dingen. Thomas en Cooper wijzen erop dat systemische ongelijkheden en drempels in de zorg ertoe kunnen leiden dat autisme en genderdysforie juist bij kwetsbare groepen vaker onderdiagnosticeerd blijven, wat de werkelijke omvang van de samenhang in beide richtingen kan vertekenen.

Een concreet signaal daarvoor zien de auteurs in de cijfers zelf: de gemeten depressieprevalentie was in de studie van Sanders e.a. bij autistische en niet-autistische jongeren nagenoeg gelijk (beide rond de 2 procent) — een uitkomst die haaks staat op vrijwel alle andere literatuur, waarin depressie bij autistische jongeren juist duidelijk vaker voorkomt. Voor Thomas en Cooper is dat een aanwijzing dat de diagnoseregistratie in dit dossierbestand onvolledig is, bijvoorbeeld omdat angstklachten de diagnostische aandacht opslokken ten koste van een aparte depressiediagnose.

Verder constateren zij dat de studie ADHD en eetstoornissen — twee aandoeningen met een bekende, sterke samenhang met zowel autisme als genderdysforie — buiten beschouwing laat, wat de klinische bruikbaarheid van de conclusies beperkt. En op het belangrijkste punt zijn ze het stelligst: de studie is dwarsdoorsnede-onderzoek, dat geen volgorde in de tijd kan vaststellen. Thomas en Cooper waarschuwen expliciet tegen de conclusie dat de combinatie van autisme en genderdysforie het risico op psychische problemen 'verhoogt' — daarvoor is longitudinaal bewijs nodig, dat deze studie niet levert. Mogelijk spelen cohorteffecten mee: meer bewustzijn van beide diagnoses kan er simpelweg toe leiden dat meer jongeren vandaag de dag beide labels krijgen, zonder dat er iets veranderd is aan de onderliggende problematiek.

Tot slot pleiten de auteurs voor nauwkeuriger meten in toekomstig onderzoek: genderidentiteit en bij geboorte geregistreerd geslacht zouden apart geregistreerd moeten worden, in plaats van in één binaire categorie samengevoegd — anders verdwijnen non-binaire en genderfluïde jongeren uit beeld, en daarmee een deel van het verhaal.

Waarom dit meer is dan een methodologisch voetnoot

Voor genderautisme.nl is dit een herkenbaar patroon: zie ook de eerdere analyse over waarom voorzichtigheid met de cijfers over autisme en gender geboden is. Een grote studie trekt veel aandacht met een stellige claim, en pas het begeleidende vakcommentaar — dat zelden buiten de academische kring wordt gelezen — legt bloot hoe wankel de basis onder die claim is. Dat diagnostische data uit alledaagse zorgsystemen stelselmatig onvolledig zijn, is ook terug te zien in de cijfers over autisme in genderklinieken elders op deze site: registratie hangt sterk af van wie er screent, waarop, en met welke aandacht.

Het onderliggende probleem reikt verder dan één studie. Ook op transgenderidentiteit.nl is te lezen hoe de oververtegenwoordiging van autisme in genderzorg door klinieken structureel onderbelicht blijft — precies het soort blinde vlek waar Thomas en Cooper hier wetenschappelijk de vinger op leggen. Zolang diagnostische dossiers geen betrouwbare basis bieden en longitudinaal bewijs ontbreekt, is terughoudendheid bij het trekken van causale conclusies niet behoudend maar gewoon zorgvuldig.

Bronnen

Sanders M., Saade Z. & Mortillaro G., "Short Research Article: Autism spectrum disorder and gender dysphoria among adolescents in a large, integrated health system", Child and Adolescent Mental Health, februari 2026. Zie PubMed (PMID 41102019).

Thomas K. & Cooper K., "Commentary: Interpreting diagnostic data on autism and gender dysphoria: clinical and research implications — a commentary on Sanders et al. (2025)", Child and Adolescent Mental Health, 16 december 2025 (DOI 10.1111/camh.70056). Volledige tekst via PubMed Central (PMC12832209).

Bram Kortekaas

Bram Kortekaas

Redactie

Sanders, Saade & Mortillaro; commentaar: Thomas & Cooper

Onafhankelijke redactie die peer-reviewed onderzoek, systematische reviews en officiële rapporten toegankelijk samenvat. Informatief, geen medisch advies. Laatst bijgewerkt op 4 oktober 2026.

Meer over ons →

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.

Meer over onderzoek